Volg ons op

Winter tips

Uw auto en de winterse omstandigheden: 

subaru_wintertips_visual_00_dealer_koenens_autobedrijf_in_echt

Tijdens het Subaru snow drive event in Noorwegen heeft de ANWB videos opgenomen. Deze informatiefilmpjes laten zien hoe u o.a. pech kan voorkomen in de winter of de auto zelf winterklaar kan maken.

 

Het winterklaar maken, voorkomen van accuproblemen tot invetten van deurrubbers:

Tijdens de winter zijn de omstandigheden voor je auto een stuk zwaarder door de lage temperaturen, gladheid en pekel. Hoe maak je de auto voor de winter klaar? Dit kun je zelf doen om winterse auto-problemen te voorkomen. Door je auto voor te bereiden op winters weer kun je een hoop ergernis en problemen voorkomen. Van het invetten van deurrubbers tot het checken van je accu. Met deze tips van de Wegenwacht rijd je ’s ochtends gewoon weg. Zonder irritatie en tijdsverlies. Door je auto voor te bereiden op winters weer kun je een hoop ergernis en problemen voorkomen. Van het invetten van deurrubbers tot het checken van je accu. Met deze tips van de Wegenwachtrijd je ’s ochtends gewoon weg. Zonder irritatie en tijdsverlies.

Tips:

Maak de rubbers van de deuren goed schoon en smeer ze in.
Dit kan met een speciale stick of smeersel, maar talkpoeder kan ook al helpen.

Vul de ruitensproeiervloeistof bij met een antivriesvariant.
De zomervloeistof kan bevriezen in het reservoir.

Koop een speciale deken voor de voorruit,
zodat je minder hoeft te krabben. Gebruik geen kranten, die kunnen vastvriezen.

Ramen krijg je ook ijsvrij met ruitontdooier.

Stel een setje winterspullen samen.
Denk naast ruitontdooier, slotontdooier (buiten de auto bewaren) en ijskrabbers ook aan een paar matten, een schep en een veger om wegrijden uit diepe sneeuw makkelijker te maken. Heb je nog niet alles in huis? Een setje winterspullen koop je snel en eenvoudig bij ons.

Wissel je zomerbanden door winterbanden.
Zo heb je veel meer grip bij winterse omstandigheden.

De accu zorgt in de winter veruit voor de meeste problemen, probeer deze dus te sparen.
De zelfontlading van de accu gaat sneller bij koude temperaturen. Vermijd het rijden van alleen korte stukjes. De dynamo komt dan niet voldoende in de gelegenheid om de accu bij te laden.

Een handrem kan vastvriezen.
Gebruik de handrem in de winter daarom liever niet. Laat de auto in P of in zijn eerste versnelling staan. Sommige auto’s hebben en elektrische handrem. Omdat deze verticaal geplaatste is, levert dat geen problemen op.

Goed zicht is erg belangrijk.
Zorg voor schone ruiten, die beslaan minder snel. Gebruik de airco om de condens weg te krijgen. Als het te koud is voor de airco zal er ook minder vocht in de lucht zitten, en is de kans op condens stukken kleiner.

 

De auto ontdooien:

In de winter heeft je auto het door de kou extra zwaar. Dat blijkt ook uit de vele pechgevallen waar de ANWB Wegenwacht in de winter mee te maken heeft. Veel problemen zijn echter vaak eenvoudig zelf te verhelpen. Vastgevroren portieren, een dichtgevroren deurslot, een handrem die vast zit; irritante winterproblemen die je snel kunt oplossen. In deze video zie je hoe je je auto snel kunt ontdooien, zonder dat er dingen stuk gaan.

Tips:

Auto ontdooien – In de winter kan het zijn dat de auto wat problemen heeft. Gelukkig kan je veel kleine problemen zelf ter plekke oplossen. Het gros van de probelemen heeft te maken met het ontdooien van je auto. Hieronder vind je veel voorkomende situaties en wat je eraan kunt doen.

Bevroren sloten.
Gebruik een slotontdooier (bewaar deze dus niet in de auto) of houd een zakje warm water tegen het slot. Deze spullen niet voor handen? Ga dan met je lichaam ongeveer 5 minuten tegen het slot aan staan.

Vastgevroren deuren.
Druk de deur nog meer dicht, dan breekt het ijs tussen de rubbers. Of ontdooi de deuren met een zakje warm water of föhn. Pas op met een föhn en gebruik zeker geen verfbrander. Richt de warme lucht alleen op de rubbers en niet op de ruiten, dit kan een barst veroorzaken.

Bevroren ramen.
Gebruik een plastic ijskrabber of ruitontdooier om het ijs weg te krijgen. Gebruik nooit een föhn of een emmer warm water, door het temperatuurverschil kunnen er barsten in de ruit komen. Laat ook de motor uit als je gaat krabben. De motor warmt stationair nauwelijks op en het is slecht voor de motor en voor het milieu. Bovendien sta je erg ongezonde uitlaatgassen in te ademen tijdens het krabben. Dus eerst krabben, dan instappen, starten en rustig wegrijden.

Bevroren handrem.
Trek de handrem extra aan, zo breekt het ijs in de kabel. Werkt dit niet, laat dan de motor een minuut of 15 draaien en zet de kachel uit zodat de motor sneller warm wordt. De handremkabel ontdooit dan vanzelf. Bij sommige automerken kun je de elektrische handrem uitzetten. Raadpleeg daarvoor het instructieboekje.

Bevroren ruitensproeiers.
Leg op de sproeierkopjes een zakje warm water. Als het reservoir (door zomervulling) bevroren is, aanvullen met warm water. Na het ontdooien het water vervangen door winterharde vloeistof met antivries.

Accuproblemen.
In koude omstandigheden heeft de accu het zwaar en kan hij het begeven. Ga liever niet zelf aan de slag met starthulp, maar laat de wegenwacht komen. Door ondeskundig handelen kan er schade ontstaan aan de elektronica, vooral bij moderne auto’s.

 

Vast in de sneeuw, zo kom je er weer uit

Lekker op wintersport sla je een besneeuwd weggetje in. En toen… zat je muurvast in de sneeuw. En natuurlijk is er geen hulp in de buurt. In deze video zie je hoe je jezelf dan weer kunt ‘bevrijden.

Tips:

Probeer vooral niet met (veel) gas de auto los te wurmen: hij zal zich alleen maar ingraven.

Graaf met de hand het sneeuw rond de wielen weg.

Gebruik bij voorkeur een plastic rijplaat die je achter de aangedreven wielen legt.

Rijd rustig achteruit en blijf doorrijden tot je zeker weet dat je helemaal vrij bent.

Als je tijdig sneeuwkettingen monteert is de kans om vast te komen zitten in de sneeuw een stuk kleiner.

 

Rijden bij gladheid

Wie ongeschonden over besneeuwde of gladde wegen wil rijden, moet zijn rijstijl daar wel op aanpassen. Daarom geven wij 5 tips voor het rijden bij gladheid.

Tips:

Houd afstand.
Het is heel belangrijk om bij gladheid meer afstand te houden dan normaal. Als je voorganger plotseling remt, heb je de ruimte en tijd om dat op te vangen. Het is dus uit den boze – ook al heb je haast – om dicht achter iemand te gaan rijden, of hard op een ander af te rijden, om duidelijk te maken dat je wil dat hij of zij opzij gaat. Ook op het laatste moment invoegen is onverantwoord.

Kijk ver voor je uit.
Een tweede belangrijke techniek: blijf zo ver mogelijk voor je uit kijken, dan stuur je meestal vanzelf de goede lijn. En ook dat gaat beter als je niet te dicht achter je voorganger rijdt. Zo lang je nog gewoon rijdt en niet slipt, lijkt het of alles veilig is in de vertrouwdheid van je auto, maar elk beetje veiligheidsmarge is nodig in deze omstandigheden.

Trek rustig op.
Optrekken vanuit stilstand leidt soms tot enge glijpartijen. Of we geven teveel gas waardoor de slippende banden zich dieper in de sneeuw ingraven en de auto helemaal niet meer van zijn plek komt. Wegrijden in z’n twee kan wel helpen. Maar het belangrijkste is weinig gas geven en de koppeling heel rustig laten opkomen. Dat kan overigens ook prima in de eerste versnelling. Het klinkt tegenstrijdig, maar het kan soms ook helpen om bij het wegrijden veiligheidssystemen als ESC (ESP) uit te zetten. De correcties van dergelijke systemen maken het wegrijden in sneeuw moeilijker. Probeer al je handelingen geleidelijk te doen. Stuur rustig, rem niet abrupt. En stuur bochten niet te scherp in.

Remmen: soms hard, soms helemaal niet.
Moet je een noodstop maken, dan wil je dat het ABS (antiblokkeersysteem) optimaal functioneert. Ga dus niet steeds een beetje ‘pompend’ remmen. ABS werkt alleen als je de remdruk hoog houdt. Het is dan zaak zowel je rem als je koppeling –  bij voorkeur tegelijkertijd – hard in te trappen. Schrik niet als je rempedaal gaat trillen of als je rare geluiden hoort. ABS zorgt ervoor dat je wielen blijven draaien (anti-blokkeren dus) en daardoor kun je blijven sturen als dat nodig is. Soms kun je juist beter helemaal niet remmen. In bochten bijvoorbeeld. Je kunt beter je gas loslaten om vaart te minderen. Geef pas weer gas als je de bocht uit bent. Mocht je de bocht toch niet goed hebben ingeschat en zie je de vangrail op je afkomen, blijf dan vooral kalm. Ga niet enorm aan je stuur lopen trekken; je kunt de auto beter laten glijden en rustig je stuur in de juiste rijrichting draaien. Zodra je weer grip hebt, ga je dan vanzelf de goede kant op. De vangrail raken is onplezierig, maar kan ook helpen je auto weer in het juiste spoor te krijgen.

Blijf ook met winterbanden extra alert.
Ook met winterbanden onder je auto zal je rekening moeten houden met de omstandigheden. Normaal gesproken is je remweg, als je twee keer zo hard rijdt, al vier keer zo lang. Bij gladheid wordt dat nog versterkt. En winterbanden mogen dan een kortere remweg hebben dan zomerbanden, als je hard rijdt wordt dat effect volledig opgeheven. Sommige mensen denken dat het helpt om de bandenspanning te verlagen. Ze redeneren dat de banden dan meer contact maken met de weg en dat zou moeten resulteren in extra grip. Helaas: te slappe banden gaan ten koste van de stabiliteit. Daar komt nog bij dat winterbanden sowieso wat zachter van structuur zijn dan zomerbanden. Om ze optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning nóg belangrijker.

 

Bron: ANWB website, zie deze ook voor nog meer tips: http://www.anwb.nl/auto/themas/wintervoorbereiding/